De Duitse Pinscher in
Duitsland en Nederland

Over de Duitse Pinscher is vrij weinig lectuur beschikbaar en ook zult u hem maar zeer sporadisch tegenkomen op straat. Vaak zijn dierenartsen blij verrast als ze een Duitse Pinscher in hun praktijk hebben. U vraagt zich misschien af hoe dit allemaal zo gekomen is. Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden, moeten we even terug in de tijd...

Oorsprong en redding van het ras


Ami Dittmann,
geboren in 1899
.

De Duitse Pinscher is van oorsprong een Duits ras en is al erg oud. Op afbeeldingen uit de middeleeuwen komt hij al voor. Het ras is voor het eerst in een boek beschreven in 1836 en hierin wordt hij geroemd om zijn opgewekte aard, zijn krachtige bouw en zijn goede karakter. Het voortbestaan van de Duitse Pinscher heeft steeds aan een zijden draadje gehangen. Er waren nog maar een paar Duitse Pinschers na de Eerste Wereldoorlog die het ras in stand moesten houden. Na de Tweede Wereldoorlog echter, stierf het ras in West-Duitsland langzaam maar zeker volledig uit, omdat de fokkers geen ondersteuning kregen van de rasvereniging.

Edmund v. Fliseck,
geboren in 1934.

Werner Jung, hoofd fokbegeleing ('Hauptzuchtwart') van de Pinscher und Schnauzer Klub Duitsland kon het niet verdragen dat dit ras gedurende zijn ambtsperiode zou uitsterven. In 1956 luidde Werner Jung dan ook de noodklok, maar toen hij geen gehoor kreeg op zijn noodkreten, besloot hij in zijn poging het ras te redden, ten einde raad, zelf Duitse Pinschers te gaan fokken. Hij fokte zelf al lange tijd Riessenschnauzers onder de kennelnaam 'v.d. Birkenheide'. Na de oorlog bouwde hij onder dezelfde kennelnaam de fok van de Duitse Pinscher weer op.

Kitti v. Bodestrand, stammoeder van de moderne fok

Na veel moeite lukte het Werner Jung om in 1957 de zuiver gefokte Pinscher-teef Kitti v. Bodestrand te bemachtigen vanuit de vroegere D.D.R. Deze teef is dan ook de stammoeder van de moderne fok. Haar kleur was zwart-bruin. Deze Kitti komt voort uit de oude Pinscherfok; haar grootouders stammen uit de destijds bekende kennel Walrabsburg en Sybillenburg. Deze honden voerden het bloed van een rij winnaars uit de twintiger en dertiger jaren.
Daarnaast werden voor de opbouw van het ras in 1957 in het Hondenstamboek geregistreerd: De rode reu Fürst, de zwart-bruine teef Jutta, de zwart-bruine reu Illo en de chocolade kleurige reu Onzo.
Deze laatstgenoemde bracht de zeldzame kleurslag 'zuiverkleurig rood-bruin' met zich mee. Fürst, Jutta, Illo en Onzo waren afstammelingen van Dwergpinschers, maar voor een Dwergpinscher te groot (hun schofthoogte was circa 40 cm in plaats van 25 tot 30 cm). Werner Jung heeft hen zorgvuldig geselecteerd voor de wederopbouw van het ras: Bij gebrek aan meer Duitse Pinschers dan Kitti, werd hij wel gedwongen deze noodgreep toe te passen, maar Werner Jung bleef hiervoor zeer bewust binnen de Pinscherfamilie.

De redding en weder-opbouw van het ras Duitse Pinscher
Deze vijf Pinschers werden in totaal 14 keer voor de fok ingezet en schiepen door passende paringen een basis van 60 zwart-bruine, bruine en rode honden. Hieruit werden weer de besten geselecteerd en voor de verdere opbouw gebruikt, zodat in een relatief korte tijd een goede basis gelegd werd waarop ook andere fokkers verder konden bouwen. Het aantal fokkers steeg per jaar, zodat binnen tien jaar tijd meer dan 500 Pinschers gefokt werden. Een aantal dat in de geschiedenis van de Duitse Pinscher, in zo'n kort tijdsbestek, nog nooit is voorgekomen.

rechts: Kressi v.d. Birkenheide,
geboren in 1959, gefokt door Werner Jung.


De eerste Duitse Pinscher in Nederland

De eerste Duitse Pinscher komt bij toeval in Nederland. Mevrouw Priems - v.d. Laak was in Zweden voor het ophalen van een Dwergpinscher-pup en de fokster hiervan had op dat moment ook een nestje Duitse Pinschers.

6 weken Mevrouw Priems werd door haar overgehaald om een Duitse Pinscher-pup mee naar Nederland te nemen. Met speciale toestemming van de autoriteiten, ging deze pup van zes weken oud, op 20 juli 1968 mee naar Nederland. Dit was de rode teef Desiree. Op haar stamboom staan nog de vijf Pinschers vermeld waarop de opbouw van het ras is gestoeld.

Desiree als pup.                     Desiree, geboren in 1968.

Mevrouw Priems gaf deze foto's van Desiree aan mij, toen ik onderzoek deed naar de Duitse Pinscher in Nederland om een naslagwerk te maken. Mevrouw Priems stelde mij naast verschillende andere foto's, ook de stambomen van de eerste twee Duitse Pinschers in Nederland ter beschikking, waarop Kitti, Fürst, Jutta en Onzo zijn genoemd (die, samen met Kitti, de basis hebben gelegd voor de redding van het ras). In 1970 volgde dan Agrett's Rakker, een zwart-bruine reu uit dezelfde ouders als Desiree. Met deze beide honden, Desiree en Rakker, startte mevrouw Priems-v.d. Laak, onder de kennelnaam Petit Bonheur, de fok van de Duitse Pinscher in Nederland. Intussen werden vanuit Duitsland ook enkele honden geďmporteerd. In die jaren had men in Nederland echter bijna geen belangstelling voor de Duitse Pinscher. Voor diverse honden werd daarom zelfs geen stamboom aangevraagd. 

Agrett's Rakker,
geboren in 1970.

Tentoonstellingen werden bezocht, titels werden
behaald. De Duitse Pinscher begon na een aantal jaren een klein beetje bekender te worden. Er zijn al veel mensen begonnen met het fokken van Duitse Pinschers, maar er evenwel na één of enkele nesten weer mee gestopt.
Gelukkig waren er ook in Nederland volhouders!

Trix Petit Bonheur, geboren in 1972.

De veranderingen aan het uiterlijk van de Duitse Pinschers
In de loop der jaren is de rasstandaard van de Duitse Pinscher aangepast. De rasstandaard wordt bepaald in het moederland van het ras, Duitsland dus, en wordt internationaal vastgelegd bij de F.C.I., het overkoepelend orgaan van de internationale kynologie.
Vroeger was de schofthoogte bepaald op 43 tot 48 cm. Deze werd gewijzigd in 45 tot 50 cm. en deze schofthoogte geldt thans nog. In verband met het coupeerverbod aan de oren, onderging ook het ras Duitse Pinscher in 1989 een ingrijpende uiterlijke wijziging. In die eerst volgende jaren, moesten de honden op de tentoonstellingen concurreren met Duitse Pinschers uit landen waar nog geen coupeerverbod was en die aldus nog het uiterlijk vertoonden waaraan men tot die tijd gewend was.

Carré, Nikita, Destiné & Fenja

In het eerste nest dat we gefokt hebben werden twee pups geboren, één daarvan was de rode reu
Avenir de la Barque de l'esprit.


Destiné de la Barque de l'esprit was de eerste Duitse Pinscher met ongecoupeerde oren die de titel Nederlands kampioen behaalde.

Wijziging in de rasstandaard

In het jaar 2000 is in de rasstandaard vastgelegd dat ook de staart niet meer gecoupeerd mag worden. 'Naturbelassen' noemt men dit ('natuurlijke staart').
Hoe de staart gedragen moet worden geeft de rasstandaard echter niet aan.
Vorige Naar boven Volgende

Copyright © BSM productions
Bij problemen met of vragen over dit web kunt u contact opnemen met: webmaster@duitsepinscher.nl